|
|
|
Een
erotische ontdekkingtocht Ze slikte zwaar. Dit was het moment van de waarheid. Ze vroegen haar om een blijk van vertrouwen en boden aan om zonder verdere toestanden de hele zaak af te kappen als ze dat vertrouwen niet had. Ze begreep dat ze wilden dat ze er echt goed over nadacht en dat vond ze wel aangenaam. Ze las het bericht nog eens en besloot om er inderdaad even de tijd voor te nemen. Uit de bergruimte onder haar scooterzadel pakte ze haar regenbroek, spreidde die uit op de straatstenen en ging met haar rug tegen het sluismuurtje zitten. Met gesloten ogen concentreerde ze zich op haar gevoelens, op haar intuďtie. Wat voelde ze nu precies? Zat ze hier haar angst te negeren omdat haar opwinding de overhand had? Zat ze hier uit eenzaamheid iets te doen waar ze helemaal niet achter stond? En maakten deze mensen haar bang, vond ze ze eigenlijk griezelig en wilde ze het liefst wegrennen? Voelde ze iets van wantrouwen, de angst dat ze hier te maken had met verkrachters, moordenaars, stalkers of psychopaten? Nee, nee, nee. Op elk van die vragen kwam een ontkenning. Ze was niet bang en ze wilde dit echt met haar hele hart, wat de consequenties ook mochten zijn. En nee, ze had absoluut niet het gevoel dat deze mensen engerds waren. Gewoon al door deze sms te sturen en haar de kans te geven zich zonder ontmoeting terug te trekken, gaven ze er blijk van zich echt om haar te bekommeren. De kans dat ze dit juist deden om vals vertrouwen te wekken, leek haar uitgesloten. Zo waren deze mensen niet. Dat voelde ze met alle vertrouwen in haar hart. Nog geen vijf minuten had ze nodig om het besluit te nemen. Zekerder nu, verzond ze haar sms. OH&Z, ik heb geen enkele twijfel. Kom alsjeblieft. We zijn er zo, las ze drie minuten later in het kleine schermpje. Ze kon de spanning haast niet meer verdragen. Ze raapte haar spullen bijeen en begon die idioot zorgvuldig weg te bergen om zichzelf iets anders te doen te geven. Ergens aan de buitenrand van de woonwijk zag ze de lichten van een auto opgloeien en in haar richting in beweging komen. Terwijl ze het zadel van haar scooter dichtgooide en de sleutel terug in haar zak stak, bleef ze geboeid naar de wagen kijken. Steeds dichter naderden de koplampen en ze verwachtte ieder moment dat ze zouden wegdraaien, weg van haar de wijk uit, richting de stad. Dat gebeurde niet. De auto passeerde de laatste uitrit naar de stad en bleef richting de dijk komen. Het zal toch niet, dacht ze verwonderd. Die straat en dus die auto ben ik daarnet gepasseerd! Ze hebben mij dan al gezien en me waarschijnlijk al die tijd gevolgd hier op die dijk! Shit, had ze nou haar bril maar opgehouden. Waarom was ze toch altijd zo ijdel dat ze liever niks zag dan met dat ding op haar neus te lopen. Nu was haar alleen duidelijk geworden dat het een donkere wagen was. Er stonden geen lantaarns meer langs de laatste driehonderd meter die de wijk van de zeedijk scheidde. Ze zag niets meer behalve de koplampen. Oh god, ja hoor! Ze zag hoe de wagen met een kleine draai aan de voet van de dijk werd stilgezet en de koplampen doofden. Met een plotseling opkomend verlangen om in het niets te verdwijnen keek ze naar haar scooter. Voordat ze boven aan de dijk waren, zou ze nog net weg kunnen racen. Verdomme, oh god, wat moet ik nou? Twee droge, doffe klappen gaven aan dat de inzittenden van de wagen inmiddels de portieren dichtgooiden. Ze blikte naar beneden en zag hoe twee donkere silhouetten elkaar om de motorkap naderden en een werden. Ze houden elkaar vast, dacht ze. Zouden zij ook bang zijn? Terwijl ze keek naar de donkere schaduw die in het tegenlicht van de woonwijk langzaam maar zeker hoger kwam, voelde ze een felle pijn in haar gezicht. Ze werd zich ervan bewust dat ze haar kiezen van de spanning zo stijf op elkaar klemde dat haar kaakgewrichten in een kramp schoten. Ontspan, mijn hemel, ontspan. Je hebt hen net gezegd dat je vertrouwen hebt. Doe niet zo raar nu, straks is je smoelwerk zo verkrampt dat je geen woord meer kunt uitbrengen. Lekker achterlijk staat dat. Ze hield haar adem
in. Haar maag maakte allerlei buitelingen. Nog even… nog even…
|
|
|